Hub en Lenie Vlecken: geboren en getogen onder de watertoren

Hub Vlecken doet zijn beroep alle eer aan. De gepensioneerde leraar Duits heeft zijn huiswerk goed gemaakt. Als ik binnenkom, liggen de vellen met aantekeningen klaar op tafel. Hub houdt van geschiedenis, een van zijn hobbies is genealogie en het verzamelen van bidprentjes. Na mijn verzoek om een interview dook hij in het verleden van de Heerlerbaan om zo veel mogelijk wetenswaardigheden te verzamelen.

Heerlerbaans dna

Afbeelding6

Hub en echtgenote Lenie hebben hun hele leven in de directe nabijheid van de watertoren gewoond. Hier ligt hun stukje Heerlerbaans dna. Zij kennen elkaar sinds hun kindertijd. Hub woonde aan de overkant van zijn huidige woning, Lenie iets verderop richting Heesberg.

Hub is, zoals zo veel Heerlerbaners, geboren in de Vroedvrouwenschool. Hub: ‘Ik  hield de kleuterschool al na een dag voor gezien. Die werd geleid door de zusters Franciscanessen van Heythuijsen. Als vierjarige vond ik dat maar niks. Ze kregen me er niet naartoe. Toen ik jaren later al in de eerste klas van de lagere school zat, kwam een van de nonnen thuis vragen waar ik bleef. Onze lagere school lag op de plek van het huidige woonwagenkampje aan de Heerlerbaan. We moesten er regelmatig weg omdat het gebouw erg onder mijnschade te lijden had. Voor de tweede klas moest ik naar de Agnesschool in de Dr. Clemens Meulemanstraat, voor de derde gingen we weer terug naar de oude school, de vierde en vijfde was weer in de Agnesschool en de zesde tot slot was weer in de oude school. Nogal heen en weer in die tijd. In de Dr. Clemens Meulemanstraat lag ook de Magdalenaschool plus gymzaal. Daar zaten diezelfde nonnen.’

Hub volgde de HBS aan het Bernardinuscollege en ging naar de Kweekschool Heerlen, Christus Magister, waar hij de hoofdakte haalde. Later kwam daar een akte Duits bij en kon hij zijn onderwijzerschap inruilen voor het leraarschap. Hub: ‘Ik mocht van mijn vader uitsluitend op katholieke scholen lesgeven. Mijn grootouders woonden bij ons in en die deden ook een flinke duit in het zakje. En je moest gehoorzamen. Zo ging dat in die tijd.’

Voetbal

En natuurlijk werd er in die tijd gevoetbald. Je had voetbalclub Vrusschemig en RKHBS. Hub was afwisselend van beide lid. ‘Het was een mooie tijd bij Vrusschemig. Onze hoofdjeugdleider Groeneveld was toen al zeer vooruitstrevend. Wij werden overal bij betrokken. Dus toen al open communicatie, dat was echt uitzonderlijk. Wij organiseerden jaarlijks een weidefeest. De opbrengst daarvan was voldoende om weer een jaar te kunnen voetballen. Niks geen subsidie, we moesten het allemaal zelf doen. Jammer genoeg ging de club later op in Heerlen Sport, het huidige Sporting Heerlen. Toen ben ik helemaal overgestapt naar RKHBS.’

Familieleven

Afbeelding7

Hub: ‘Ons leven speelde zich af rondom de watertoren. Wij bewoonden een groot huis, opa en oma beneden en wij met ons gezin boven. We verbouwden groenten in de tuin en hielden kippen, konijnen en varkens voor de slacht. Bij boer Schuurman konden we een zakcentje verdienen door aardappels te rapen. De jongsten kregen fl. 2,50, de ietwat groteren fl. 3,50 en de oudsten verdienden fl. 4,50 op een dag. Naarmate je groter en dus sterker werd, werd het werk zwaarder. Dan moest je de zakken op de kar tillen. De boer vertelde nooit hoeveel iemand kreeg. Daar kwamen we achter als we naderhand op straat vergeleken. Toen ik wat ouder was, mocht ik de tuin bijhouden van de familie Windels aan de Heerlerbaan. Meneer Windels was eigenaar van bossen in Noord-Limburg en Brabant. Van daaruit leverde hij hout aan de mijnen, waar het werd verwerkt tot stutten. Daarnaast bezat hij grindmijnen. De familie zat er warmpjes bij. Zij maakten toen al wereldreizen. Dat was uitzonderlijk voor die tijd.

Toen Lenie en ik trouwden, kregen we een woning toegewezen in de Hodgesstraat. Wij hebben daar zes jaar gewoond. Daarna kochten we een woning aan de Heerlerbaan, pal tegenover mijn ouderlijk huis. En natuurlijk weer bij de watertoren! We wonen hier nog steeds met veel genoegen.’ Lenie: ‘Hubs moeder vond dat we best bij hen konden intrekken. Er was immers ruimte genoeg. Daar had ik echt geen zin in. Ik heb daar gauw een stokje voor gestoken. We hebben hier van meet af aan graag gewoond. Het was immers ons eigen, vertrouwde stukje Heerlerbaan.’ Hub: ‘We hebben een grote tuin. Die loopt helemaal door tot aan de Zandweg. Niet de varkens, maar wel het houden van kippen en konijnen heb ik voortgezet. Ik had van die enorme Vlaamse reuzen. Ik heb dit tot ver na mijn pensionering kunnen doen.’

Bedrijvigheid langs de Heerlerbaan

Hub en Lenie kunnen zich nog veel winkels/bedrijven langs de Heerlerbaan herinneren, waarvan de meeste allang verdwenen zijn. Hub: ‘De Heerlerbaan was al in de tijd van de Romeinen een belangrijke doorvoerroute. De weg heette toen “Heerbaan”. Het was vooral middenstand, maar er was ook een busonderneming, De Vries geheten. En lederfabriek Venef en metaalfabriek Jowi. We hebben het in de loop der jaren allemaal zien verdwijnen. Er lagen tal van cafés, bakkerijen, diverse kapsalons, allemaal langs de weg. Je had er de sanitairwerkplaats van Cloodt, de rijwielzaak van Sonnenschein, de gebr. Huiskens als tailleur, juwelier Vaartjes en aannemer Graat. Er was een heuse hoefsmid. Hij was de eerste en enige hoefsmid bij de draf- en renbaan in Landgraaf. Dat was verplicht. Zonder hoefsmid geen paardenrennen. De Heerlerbaan herbergde ook een aantal boerenbedrijven, bijvoorbeeld Schuurman in de Nieuwhuisstraat en Schuurman aan de Heerlerbaan. De laatste is later naar Noord-Duitsland verhuisd omdat hij hier geen uitbreidingsmogelijkheden had. Dan had je nog de boerenfamilies Heussen, Reumkens, Quaedvlieg, Triepels en Schepers. De boerderij van Schepers is naderhand overgenomen door Lanckohr en is tegenwoordig een zorgboerderij. De agrariërs en melkveehouders beschikten over paard en wagen. Die paarden, stevige Zeeuwse knollen,  werden ingezet voor de jaarlijkse processie.’ Lenie vult aan: ‘Het was altijd druk in onze straat. Het was een komen en gaan van melkventers en broodventers. En we hadden een echt frietkot. Dat was van de familie Hundscheid. Het kot stond bij de kerk, waar nu de parkeerplaats is.’ Hub, mijmerend: ‘Ik heb heel wat zien veranderen in de 78 jaren die ik hier nu woon. Maar de grootste verandering was toch de watertoren. Vanwege mijnschade is hij met ongeveer de helft ingekort. Dat heeft op onze directe omgeving een enorme impact gehad.’

Tekst: Marjo Diederen

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s